Wie zijn wij?

SHIS biedt sinds 1947 huisvesting, verzorging en opvoeding aan kinderen van ouders met een trekkend bestaan.
In 1947 is de SHIS met beperkte middelen en dankzij de steun van de Generale Synode van de Nederlands Hervormde Kerk opgericht. In dat jaar  is het eerste internaat geopend in een voormalig schoolgebouw in Amsterdam. Twee jaar later volgde een tweede voorziening op een verbouwd schip in Rotterdam. In de jaren vijftig is de SHIS uitgebreid met drie voorzieningen, namelijk in Groningen, Terneuzen en Zwolle.
Doordat het aantal kinderen gedurende de jaren zestig steeg, was verdere uitbreiding van het aantal huisvestingsmogelijkheden noodzakelijk. Meerdere schepen en panden werden gekocht, gehuurd en verbouwd. In 1968 opende de SHIS haar eerste nieuw gebouwde pand in Terneuzen, ter vervanging van aldaar gehuurde flats.

Sinds de beginjaren is er veel veranderd. Eind jaren zestig werd de leerplicht voor schipperskinderen ingevoerd. En begin jaren zeventig namen door subsidies van de overheid de beschikbare middelen aanzienlijk toe. Ook de stijging van het aantal kinderen zette zich voort.
In de jaren zeventig en tachtig stootte de SHIS oude schepen en panden af. Zij bouwde of huurde nieuwe ruimten en verzelfstandigde de dependances in Rotterdam en Zwolle. Het resultaat was zeven goed uitgeruste voorzieningen.
Begin jaren negentig werd het internaat in Groningen omgevormd tot een leefgroephuis. Tevens verhuisde het naar een nieuw pand.
Het internaat in Terneuzen heeft in 1993 haar te krappe behuizing ingeruild voor nieuwbouw.

Door bezuinigingen en verzelfstandiging van het werkveld van schippersinternaten werd het voor een drietal kleine voorzieningen onmogelijk zelfstandig voort te bestaan. Zij hebben bij de SHIS aansluiting gezocht en gevonden, zodat de bij hen gehuisveste kinderen hun tweede ‘thuis’ niet werd ontnomen. De aansluiting werd officieel op 1 januari 1995.
Daardoor is de SHIS een bundeling geworden van acht voorzieningen.

De leiding en medewerkers van de voorzieningen dragen op eigen wijze zorg voor de aan hen toevertrouwde kinderen. Dit betekent dat elke voorziening een eigen karakter heeft; de kinderen vinden er een ‘thuis’ waar zij zich prettig voelen.